Rb. Den Haag 2 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:12471
Eiser is Rijnvarende en op hem is op grond van de Rijnvarendenovereenkomst de Nederlandse wetgeving van toepassing omdat het Rijnvaartschip waarop hij werkt geëxploiteerd wordt door een in Nederland gevestigde onderneming. Eiser vraagt op grond van artikel 16 van de Verordening (EG-) 883/2004 voor het jaar 2011 om toepassing van de Luxemburgse wetgeving. Ingevolge artikel 18 van de Verordening (EG-) 883/2004 moet een dergelijk verzoek worden ingediend bij de bevoegde autoriteit waarvan de betrokkene toepassing wenst, in casu de Luxemburgse autoriteit.
De uitspraak op rechtspraak.nl