Rb. Den Haag 21 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10810
MK. Eritrea. Aanvraag asielvergunning afgewezen en oplegging inreisverbod voor de duur van tien jaar wegens toepasselijkheid artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag. Samenvatting: Eiser heeft niet betwist dat hij geweten heeft of had moeten weten dat er door het Eritrese leger in zijn directe omgeving ernstige misdrijven zijn gepleegd en hij niets heeft ondernomen om deze misdrijven te voorkomen. Verder blijkt uit eisers verklaringen dat hij expliciet heeft verklaard dat hij op bevel van de leidinggevende de gestraften in de zon neer moest zetten, een jerrycan water over hen heen moest gooien, hen moest vastbinden of hen moest loslaten. De omstandigheid dat de razzia’s in groepsverband werden uitgevoerd betekent niet dat eiser niet persoonlijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn deelname hieraan. Het beroep op dwang slaagt niet. De rechtbank stelt met verweerder vast dat uit de verklaringen van eiser volgt dat eiser de mogelijkheid heeft gehad om zich (eerder) aan zijn plichten als militair te onttrekken. Daarbij heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser eerst is gevlucht nadat hij is opgepakt, en dat deze vlucht zonder problemen bij de controleposten is verlopen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat eiser dient te worden gevrijwaard van verantwoordelijkheid voor het plegen van misdrijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl