Rb. Den Haag 15 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:9152

Verweerder heeft op verzoek van eiseres haar taxi’s en ambulances bij voor bezwaar vatbare beschikking vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Tussen partijen is in geschil de ingangsdatum van die vrijstelling. Verweerder heeft die bepaald op de eerste dag van het tijdvak waarin het verzoek door verweerder is ontvangen. Eiseres meent dat dit de datum van tenaamstelling na de keuring door de RDW moet zijn. De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat verweerder de beschikkingen conform de wettelijke bepalingen heeft afgegeven en ook is niet in geschil dat de taxi’s en ambulances vanaf de keuring door de RDW voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling. De rechtbank oordeelt dat de gerechtvaardigde verwachtingen van eiseres zijn geschonden nu zij aannemelijk heeft gemaakt dat de werkwijze, met betrekking tot de aanvraag van de vrijstelling, ten opzichte van het verleden is aangepast door RDW en verweerder zonder dat eiseres daarvan adequaat op de hoogte is gesteld en waardoor de taxi’s en ambulances ten onrechte niet waren vrijgesteld terwijl ze materieel wel voldeden aan de voorwaarden voor de vrijstelling. De rechtbank bepaalt dat de vrijstellingen ingaan per de datum waarop het de taxi’s of ambulances was vergund om als zodanig van de weg in Nederland gebruik te maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen