Rb. Den Haag 23 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:16668
Eiseres beschikt sinds ultimo 2005 over voorvoegingsverliezen. De met haar gelieerde vennootschap X BV heeft in 2005 een bedrijfsmiddel verkocht en voor de boekwinst een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd. Vervolgens heeft eiseres in 2006 alle aandelen van X BV verworven en heeft zij met X BV een fiscale eenheid gevormd. In 2008 heeft eiseres een bedrijfsmiddel gekocht en op de kostprijs de door X BV gevormde HIR afgeboekt. In datzelfde jaar is X BV ontbonden en is eiseres weer zelfstandig belastingplichtig geworden. In de aangiften vennootschapsbelasting van 2009 en 2010 heeft eiseres haar gehele belastbare winsten verrekend met de voorvoegingsverliezen. Bij het opleggen van de aanslagen heeft verweerder de belastbare bedragen van 2009 en van 2010 vastgesteld op € 68.326. Dit is het gedeelte van de belastbare winsten van eiseres dat volgens verweerder op grond van artikel 15ae, tweede lid, dan wel artikel 15ag van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (de Wet), niet kan worden verrekend met de voorvoegingsverliezen, omdat deze winsten op grond artikel 15ah, tweede lid, onderdeel a, van de Wet in samenhang met het vierde lid van deze bepaling, toegerekend moet worden aan X BV. De rechtbank oordeelt dat artikel 15ae, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op grond van de tekst van die bepaling niet van toepassing is, omdat in 2009 en 2010 ten aanzien van eiseres van een fiscale eenheid geen sprake is. Voorts leidt de rechtbank uit de parlementaire behandeling bij de totstandkoming van artikel 15ae in samenhang met de voordien geldende tekst van de veertiende standaardvoorwaarde af dat de wetgever bewust moet hebben afgezien van het opnemen in de Wet van een bepaling waarin de verrekening van voorvoegingsverliezen van de moeder met latere winsten wordt beperkt in een situatie als hier aan de orde, te weten ontbinding en vereffening van de enige dochtermaatschappij. Daarom faalt ook het beroep van verweerder op de strekking en systematiek van de regeling. Ook is artikel 15ag, eerste lid, van de Wet niet van toepassing omdat van een ontvoeging van eiseres geen sprake is nu de fiscale eenheid door ontbinding en vereffening van X BV is beëindigd. Eiseres kan haar winsten van 2009 en 2010 dus volledig verrekenen met haar voorvoegingsverliezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl