Rb. Den Haag 16 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:16504
verlenging verblijfsvergunning regulier met arbeidsmarktaantekening “arbeid toegestaan, mits twv vereist”; overgangsrecht; Wav (nieuw); artikel 3.103 Vb; vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel; gelijkheidsbeginsel; artikelen 8, 13 en 14 van het EVRM en artikel 26 IVBPR; hoorplicht De rechtbank is van oordeel dat niet de Wav (oud), maar de per 1 januari 2014 geldende Wav (nieuw) van toepassing is. Bij een heroverweging in bezwaar als bedoeld in artikel 7:11 van de Awb, is het uitgangspunt dat het recht moet worden toegepast zoals dat op dat moment geldt. De rechtbank stelt vast dat met de wijziging van de Wav geen overgangsrecht is vastgesteld, zodat de Wav (nieuw) onmiddellijke werking heeft. Ten tijde van de bestreden besluiten was de Wav (nieuw) in werking getreden, zodat de Wav (nieuw) op die besluiten van toepassing is. Dat eisers door de onmiddellijke werking van het nieuwe recht in een ongunstiger positie komen te verkeren, is een direct gevolg van het niet vaststellen van overgangsrecht door de wetgever en derhalve geen bijzondere omstandigheid die maakt dat de Wav (nieuw) in de zaken van eisers niet moet worden toegepast. Ook het beroep op artikel 3.103 Vb slaagt niet. Het Vb is alleen van toepassing ten aanzien van vreemdelingenwetgeving ingevolge de Vw over toelating, uitzetting van en toezicht op vreemdelingen die verblijf houden in Nederland en op grensbewaking. Het afgeven van een arbeidsmarktaantekening krachtens artikel 4, tweede lid, Wav valt daar niet onder. Ook het beroep van eisers op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet. Niet valt in te zien hoe eisers aan het Stappenplan jegens verweerder het vertrouwen konden ontlenen dat na het verstrijken van 36 maanden die arbeidsmarktaantekening zou worden afgegeven, nu het Stappenplan niet door verweerder was afgesloten. Het Stappenplan kan niet in de weg staan aan wijziging van de Wav. Ten aanzien van de door eisers overgelegde brieven van het UWV overweegt de rechtbank dat, reeds nu dit brieven betreft van een ander bestuursorgaan dan verweerder, eisers hieraan geen vertrouwen konden ontlenen ten opzichte van verweerder. Ten aanzien van het beroep van eisers op het gelijkheidsbeginsel is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet gehouden is om op grond van dit beginsel een arbeidsmarktaantekening af te geven die in strijd is met de Wav (nieuw). Eisers beroep op de artikelen 8, 13 en 14 EVRM en 26 IVBPR wegens discriminatie van de Chinese cultuur gaat niet op, reeds nu de Wav (nieuw) geldt voor alle culturen en niet slechts voor (werkgevers en werknemers in) de Chinese horeca. Voor verweerder is er in de voorliggende gevallen geen ruimte om een individuele belangenafweging te maken. Geen schending hoorplicht. Beroepen ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl