Rb. Den Haag 23 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:16460
aanvraag twv afgewezen op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Opleidingsniveau, artikel 3 RuWav 2014. Pga in Nederland aanwezig, artikel 10 Uitvoeringsregels. Beroep op gelijkheidsbeginsel. Vaststaat dat het diploma van de vreemdeling door het IDW gewaardeerd is op kwalificatieniveau 1. Dat uit de door eiser overgelegde getuigschriften blijkt dat de vreemdeling in Bangladesh werkzaamheden heeft verricht als (tandoori)kok en/of curryspecialist doet hier niet aan af evenmin als de landenmodule Bangladesh van het Nuffic van oktober 2012 waar eiser naar heeft verwezen. Dat in Bangladesh geen andere (hogere) beroepsopleidingen bestaan die de vreemdeling heeft kunnen volgen doet evenmin af aan het feit dat zijn opleiding gewaardeerd is als een assistentenopleiding, kwalificatieniveau 1 binnen het secundaire beroepsonderwijs. Met betrekking tot het beroep op het gelijkheidsbeginsel is de rechtbank van oordeel dat, hoewel vraagtekens gezet kunnen worden bij de door verweerder gestelde wijziging van de uitvoeringspraktijk, waarbij verweerder eerder stelde dat hij die wijziging toepaste vanaf mei 2012 en thans stelt dat eerst vanaf 1 januari 2013 te doen, terwijl verweerder al sinds mei 2012 over de informatie beschikte die volgens hem de grondslag bood voor de wijziging van de uitvoeringsprakrijk, en verweerder ook overigens niet heeft kunnen aantonen dat een besluit is genomen tot wijziging van die praktijk en dat de werkgevers in de sector daarvan op de hoogte zijn gebracht, kan verweerder niet worden gehouden om een praktijk waarbij kennelijk werd afgeweken van het bepaalde in artikel 4 van het Delegatie- en uitvoeringsbesluit (oud) en paragraaf 12 van de Uitvoeringsregels (oud), zonder dat daartoe een bevoegdheid bestond, te blijven voortzetten. Artikel 4 van het Delegatie- en uitvoeringsbesluit (oud), een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), en paragraaf 12 van de Uitvoeringsregels, een ministeriële regeling, zijn immers algemeen verbindende voorschriften. Ook het thans geldende artikel 3 RuWav 2014, een ministeriële regeling, is een algemeen verbindend voorschrift en biedt niet de mogelijkheid tot afwijking met toepassing van artikel 4:84 Awb (zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 10 juli 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11665). Het feit dat de werknemer afkomstig is uit Bangladesh, en in dat land, anders dan in India, geen gespecialiseerde koksopleidingen zijn voor de Indiase keuken, zoals eiser in dit verband ter zitting heeft gesteld, doet aan het voorgaande niet af. Blijkens de toelichting van verweerder hanteerde hij vorenbedoelde uitvoeringspraktijk voor alle koks in de Indiase keuken, ongeacht hun herkomst of nationaliteit. Ook ten aanzien van aanvragen voor twv’s ten behoeve van vreemdelingen afkomstig uit Bangladesh kan verweerder niet worden gehouden af te wijken van het bepaalde in artikel 3 RuWav 2014. Het beroep van eiser op het zgn ‘Wok-akkoord’ slaagt evenmin, reeds omdat dit akkoord dateert van na het bestreden besluit. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl