Rb. Den Haag 28 oktober 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:13665
verschil interim measure CAT en EHRM; strijd met artikel 14 EVRM; artikel 3, derde lid, aanhef en onder l, Rva. De mededeling van verweerder vervat in de brief van 29 september 2014 kan niet anders worden geduid als een (impliciete) weigering om een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 VW 2000 te verstrekken, nu verweerder uitdrukkelijk heeft aangegeven dat verzoeker ten gevolge van het in behandeling nemen van een klacht door het CAT geen rechtmatig verblijf heeft gekregen. Gelet hierop is sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, inhoudende de weigering tot afgifte van het gevraagde document. Verzoeker voert in bezwaar aan dat hij rechtmatig verblijf heeft als gevolg van de interim measure van het Committee against torture (CAT). Ter ondersteuning hiervan verwijst hij naar, onder meer, artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Volgens verzoeker moet de interim measure van het CAT gelijkgesteld worden met een door het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) getroffen interim measure. Doordat op grond van artikel 8, aanhef en onder h, Vw uitsluitend vreemdelingen ten aanzien van wie een interim measure is getroffen door het EHRM rechtmatig verblijf hebben en ingevolge artikel 3, derde lid, aanhef en onder l, Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) recht hebben op opvang, is sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid ten opzichte van vreemdelingen ten aanzien van wie een interim measure is getroffen door het CAT. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vraag of de toepassing van artikel 8, aanhef en onder h, Vw - zoals opgevat in de jurisprudentie van de Afdeling (zie de uitspraak van 25 mei 2004, JV 2004/277) - in strijd is met artikel 14 EVRM, van principiële aard is en dat een voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent voor beantwoording daarvan. De voorzieningenrechter acht het aangewezen dat die vraag in een bodemprocedure ten gronde wordt beoordeeld en beantwoord. De voorzieningenrechter zal zich beperken tot een belangenafweging, waarbij het enerzijds gaat om het belang van verzoeker om hangende de bezwaarprocedure te worden behandeld als ware hij een vreemdeling met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder h, Vw zodat hij ook voor opvang in aanmerking kan komen, en het belang van verweerder anderzijds om geen rechtmatig verblijf toe te staan. Het is op voorhand niet uitgesloten dat in het onderhavige geval het in artikel 8 EVRM besloten liggende recht op respect voor het privéleven - dat mede de fysieke en psychische integriteit van een persoon omvat - in het geding is, zodat ook artikel 14 van het EVRM van toepassing is. Het is op voorhand niet uitgesloten dat de twee gronden, die volgens verweerder de objectieve en redelijke rechtvaardiging vormen voor het verschil in behandeling als hiervoor vermeld, bij een beoordeling ten gronde als onvoldoende zullen worden beoordeeld. Het belang van verzoeker om hangende de bezwaarprocedure te worden behandeld als ware hij een vreemdeling met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder h, Vw, weegt daarom zwaarder. Het verzoek wordt toegewezen in die zin, dat verweerder wordt opgedragen om verzoeker te behandelen als ware hij een vreemdeling met rechtmatig verblijf tot vier weken nadat op het bezwaar van 1 oktober 2014 is beslist. Dit heeft, gelet op artikel 3, derde lid, aanhef en onder l, Rva 2005, ook gevolgen voor de opvang verleend door het COA.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1:3 Awb
- Artikel 7:1 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8:82 Awb
- Artikel 2 BPB
- Artikel 3 Wet Coa
- Artikel 8 VW
- Artikel 9 VW
- Artikel 72 VW
- Artikel 78 VW
- Artikel 3 Rva
- Artikel 3 EVRM
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 14 EVRM
- Artikel 3 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 22 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing