Rb. Den Haag 3 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9223

In deze zaak moet worden vooropgesteld dat eiser op het moment van het indienen van de aanvraag regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf bij partner’ en het voldoen van de toepasselijke leges geen werknemer was in de zin van art. 6, lid 1 van het Besluit 1/80. (…) Nu niet in geschil is dat eiser gehuwd is met noch geregistreerd partner is van referente, moet wordt geconcludeerd dat eiser niet valt onder de definitie van familielid neergelegd in art. 2, lid 2 van de verblijfsrichtlijn en om die reden niet valt onder de definitie van gezinslid van Besluit 1/80. Eiser kan daarom geen aanspraken ontlenen aan art. 7 van het Besluit 1/80. De omstandigheid dat de ongehuwde niet-geregistreerde partner van referente, die onbetwist een Turkse werknemer is en valt onder de reikwijdte van Besluit 1/80, een hoger bedrag aan leges moet betalen dan de ongehuwde niet-geregistreerde partner van een EU onderdaan is naar het oordeel van deze Rb. niet in strijd met art. 9 en/of art. 13 van het Besluit 1/80. Hiertoe overweegt de Rb. het volgende. Het discriminatieverbod neergelegd in art. 9 van de Associatieovereenkomst is beperkt tot de werkingssfeer van de Associatieovereenkomst. Het recht van referente om haar ongehuwde niet-geregistreerde partner bij haar te laten verblijven is evenwel niet een recht dat valt onder de werkingssfeer van de overeenkomst. Immers, dat recht bestaat alleen voor gezinsleden zoals hiervoor gedefinieerd. Een ongelijke behandeling tussen Turkse werknemers en EU-onderdanen op dit punt is dan ook niet in strijd met art. 9 van de Associatieovereenkomst. De omstandigheid dat eiser niet valt onder de definitie van gezinslid in Besluit 1/80 en dat het recht van referente om hem bij haar te laten verblijven niet wordt geregeld door Besluit 1/80, is tevens de reden dat geen sprake is van strijd met de standstill bepaling neergelegd in art. 13 van Besluit 1/80. Omdat eiser noch aanspraken aan voormelde bepalingen van Besluit 1/80 noch aan het Associatierecht kan ontlenen, faalt het betoog van eiser over de hoogte van de door hem betaalde leges.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen