Rb. Den Haag 16 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:7429
In 2004 heeft X 4,7% van de beursgenoteerde aandelen in het nominaal gestorte kapitaal van Y (het belang) verworven. Op dit belang was de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Eind 2006 is het belang in waarde gestegen. Eind 2009 is het belang aanzienlijk in waarde gedaald. In 2010 heeft X het belang verkocht voor een lager bedrag dan het door haar betaalde bedrag, maar voor een hoger bedrag dan de waarde eind 2009. Verweerder heeft ter zake van de verkoop een winst in aanmerking genomen. Namelijk het (positieve) verschil tussen de waarde per verkoopdatum en de waarde per eind 2009. In geschil is de omvang van het met het met de verkoop van het belang behaalde resultaat en de vraag of daarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. X stelt dat er geen sprake van winst is. Rechtbank Den Haag oordeelt dat per 1 januari 2010 het deelnemingsregime niet meer van toepassing is. Verweerder heeft, gelet op BNB 1997/101, terecht een belastbare winst in aanmerking genomen. Er is geen sprake van een aflopende deelneming. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl