Rb. Den Haag 21 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:16105
Dublin, asielverzoek, proces-verbaal, artikel 4 lid 2 Vo 343/2003 Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling van 20 maart 2012 (201007428/1/v4, www.raadvanstate.nl) en 13 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX2090) overweegt de rechtbank dat de in de onderhavige zaak aan de orde zijnde p-v’s vergelijkbaar met de p-v’s waarvan in de hiervoor genoemde uitspraken sprake was. De rechtbank is gelet op de bovenstaande overwegingen van oordeel dat de p-v’s van 17 november 2012 en 21 november 2012 niet kunnen worden aangemerkt als een p-v in de zin van artikel 4, tweede lid, van de Vo 343/2003. Dat in het op 26 november 2012 opgemaakte en digitaal ondertekende standaardformulier om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek wordt verwezen naar een asielverzoek op 21 november 2012 doet hier niet aan af. Naar het oordeel van de rechtbank is met het door eisers ingediende formulier als bedoeld in artikel 3.38 van het VV 2000 eerst op 13 februari 2013 sprake van een asielverzoek in de zin van artikel 4, tweede lid, van de Vo 343/2003.
De uitspraak op rechtspraak.nl