Rb. Den Haag 15 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:15522

Met betrekking tot het standpunt van eiseres dat verweerder haar reeds had moeten horen vanwege de beknopte aard van het besluit in primo en het toezenden van een vragenlijst in de bezwaarfase, is de rechtbank van oordeel dat deze stelling in zijn algemeenheid niet kan worden gevolgd. Aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval dient te worden beoordeeld of gehoord moet worden. De rechtbank verwijst in dat verband naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 april 2012 (LJN: BW6771). Verder kan verweerder worden gevolgd in het standpunt dat eiseres reeds ten tijde van de aanvraag van plan was zich in toekomst permanent in Nederland te vestigen, onder verwijzing naar haar relatie met referent en het bestaande voornemen om een mvv aan te vragen. Ook heeft verweerder hieraan de conclusie kunnen verbinden dat haar banden met Suriname eiseres er kennelijk niet van weerhouden zich met referent in Nederland te willen vestigen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit echter niet zonder meer dat grond bestaat voor weigering van een visum en dat verweerder in dit geval een hoorzitting had moeten houden teneinde nadere informatie in te winnen. Met betrekking tot het niet aantonen van het reisdoel overweegt de rechtbank daartoe dat niet zonder nadere motivering valt in te zien waarom het niet aannemelijk zou zijn dat iemand die een relatie heeft met een Nederlander en overweegt zich in de toekomst in Nederland te vestigen, het wenselijk acht eerst voor een kortere periode naar Nederland te komen om kennis te maken met het land en familie en vrienden van haar partner. Verder stelt de rechtbank vast dat op grond van de Visumcode niet beoordeeld moet worden hoe sterk de banden van eiseres met Suriname zijn, maar of er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum. De enkele omstandigheid dat eiseres voornemens is om zich in de toekomst in Nederland te vestigen maakt nog niet dat redelijke twijfel bestaat over haar voornemen om zich aan de voorwaarden van dit visum te houden. In dat verband is van belang dat eiseres heeft aangevoerd dat zij kennis wil maken met Nederland voordat zij de beslissing neemt of zij zich hier permanent wil vestigen en dat niet in geschil is dat een eventueel niet tijdig vertrek problemen kan opleveren bij een latere aanvraag voor permanente vestiging. Dit klemt temeer nu niet is gebleken van een reden waarom eiseres niet nu al in aanmerking zou komen voor een mvv. Het is dan ook niet duidelijk waarom eiseres, indien zij reeds ten tijde van het indienen van de visumaanvraag van plan was niet uit Nederland te vertrekken, niet direct een mvv zou hebben aangevraagd, maar zou kiezen voor illegaal verblijf na het verstrijken van haar visum.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen