Rb. 's-Gravenhage 29 oktober 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0778
Visum kort verblijf/ Schengengrenscode/ vestigingsgevaar Eiseres is een visum kort verblijf geweigerd, nu niet op voorhand aannemelijk is dat eiseres op grond van haar sociale en economische binding met Thailand tijdig zal terugkeren naar haar land van herkomst (vestigingsgevaar). De rechtbank stelt vast dat verweerder in het primaire besluit niet heeft aangegeven op grond van welke voor eiseres kenbare feiten en omstandigheden is geconcludeerd dat sprake is van vestigingsgevaar. Eerst in het bestreden besluit is gemotiveerd aangegeven waarop het vermoeden dat eiseres zich in Nederland wil vestigen is gestoeld. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de door verweerder in het bestreden besluit aangevoerde omstandigheden niet worden aangemerkt als concrete en objectieve aanknopingspunten op grond waarvan op voorhand de conclusie is gerechtvaardigd dat het vermoeden bestaat dat eiseres zich in Nederland zal vestigen. Aan de stelling van verweerder dat eiseres niet een zodanige sociale binding heeft met Thailand dat tijdige terugkeer redelijkerwijs gewaarborgd is te achten, kent de rechtbank zonder nadere omstandigheden zijdens verweerder geen doorslaggevende betekenis toe. Evenmin acht de rechtbank de stelling van verweerder dat eiseres niet dan wel onvoldoende zou hebben onderbouwd met stukken dat zij inkomsten heeft en aldus zelfstandig in haar levensonderhoud voorziet, ontoereikend om de conclusie te rechtvaardigen dat op grond daarvan terugkeer naar Thailand niet aannemelijk is te achten. De rechtbank is van oordeel, gelet op de stukken die in bezwaar zijn overgelegd met betrekking tot de inkomsten van referent en eiseres dat het op de weg van verweerder had gelegen eiseres in de bezwaarfase te horen met het oog op het verkrijgen van duidelijkheid omtrent de vraag of eiseres economische binding had met Thailand. Ook overigens is niet gebleken van concrete en objectieve aanknopingspunten waaruit kan worden afgeleid dat eiseres een vestigingsoogmerk heeft, zoals een eventuele eerdere afwijzing van een mvv-aanvraag of een eerder illegaal verblijf op het Schengen-grondgebied. Uit de door eiseres overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt genoegzaam dat eiseres enkel een kort bezoek aan referent in Nederland wil brengen. Nu verweerder in casu een onjuiste toepassing heeft gegeven aan de toepasselijke regelgeving waar het betreft de vaststelling dat eiseres een zodanig geringe sociale en economische binding heeft met haar land van herkomst dat het vermoeden bestaat dat zij zich in Nederland zal vestigen, dient het bestreden besluit te worden vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder c, van de SGC. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl