Rb. Breda 11 mei 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5753
Ter zitting is gebleken dat vergunninghoudster eerst op zijn minst een gedeelte van het bestaande gebouw moet slopen om het bodemonderzoek te kunnen laten plaatsvinden. Hoewel de opschortende voorwaarde van schriftelijke instemming van verweerder met het (aanvullend) bodemrapport is verbonden aan de omgevingsvergunning, dient deze voorwaarde – mede gelet op artikel 6.2c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) – naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijkerwijs gelezen te worden als te zijn verbonden aan (uitsluitend) het omgevingsvergunninggedeelte voor de activiteit bouwen. Bij de te nemen beslissing op bezwaar kan verweerder bezien op welke wijze de voorwaarde in de omgevingsvergunning moet worden opgenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl