Rb. Breda 30 maart 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9751

Met de Wira zijn geen zwaardere of andere motiveringseisen gaan gelden dan tot de invoering van die wet onder het Bao golden en gelden. De rechtbank stelt vast dat in de brief van 3 juni 2010 is vermeld dat Ricoh de beoogde begunstigde is omdat zij een geldige en de economisch meest gunstige aanbieding heeft gedaan. Als nadere motivering voor de redenen waarom Ricoh boven Océ is verkozen heeft OMO een vergelijkend overzicht van scores op kwaliteit en prijs opgenomen, ten aanzien van de kwaliteit ook voorzien van subscores. De motivering geeft beknopt inzicht in de redenen voor de afwijzing, de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving en van de naam van de begunstigde. Daarmee is aan de wettelijke eisen voldaan. De op 3 juni 2010 aan Océ bekende informatie stelde haar naar het oordeel van de rechtbank in staat om een afweging te maken tussen het treffen van rechtsmaatregelen of te berusten in de afwijzing. Océ wist immers hoe (scherp) zij op de onderdelen voor prijs had ingeschreven en kon aldus overwegen of zij in een lagere score op het gebied van prijs berustte of niet. Met de gegeven motivering was Océ in staat gerichte vragen aan OMO over de score te stellen op het gebied van de voor haar relevante factor prijs, een en ander mede gelet op de reeds uit de aanbestedingsstukken aan Océ bekende informatie. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank in casu gewaarborgd dat de verliezende inschrijver binnen een termijn van 15 dagen na de datum van de verzending van de gunningsbeslissing rechtsmaatregelen kan treffen. De omstandigheid dat Océ nadere vragen aan OMO heeft gesteld leidt niet tot het opschorten van de Alcateltermijn. Dat zou slechts aan de orde zijn indien de motivering in de brief van 3 juni 2010 aan Océ gebrekkig was en als gevolg daarvan geen aanknopingspunten bood om nadere gerichte vragen te stellen. Aan de motiveringseisen is niet voldaan indien uit de motivering van de gunningsbeslissing niet kan worden opgemaakt op welk onderdeel of welke onderdelen de verliezende inschrijver het heeft afgelegd tegen de winnende inschrijver. Aanknopingspunten om gerichte vragen aan de aanbestedende dienst te stellen ontbreken dan immers. Het standpunt van Océ komt erop neer dat de aanbestedende dienst bij de motivering van de gunningsbeslissing moet vooruitlopen op (alle) mogelijke weren van alle inschrijvers. Dat zou ofwel neerkomen op een buitengewoon omvangrijke motivering ofwel op het inzicht moeten bieden in de volledige inschrijving van de winnende inschrijver. Dergelijke eisen kunnen op grond van (internationale) wetgeving, toelichting en jurisprudentie niet worden gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen