Rb. Breda 26 oktober 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BK4157
Belanghebbende, een buiten Nederland woonachtige professionele golfer, heeft in het jaar x de KLM Dutch Open gewonnen. De organisator heeft het prijzengeld - de bruto gage - uitbetaald onder inhouding van 20% loonheffing. Omdat belanghebbende geen kostenvergoedingsbeschikking had aangevraagd is geen rekening gehouden met de aan het toernooi toerekenbare kosten. Belanghebbende diende vervolgens een aangifte inkomstenbelasting in waarin hij kostenaftrek en het 20%-tarief claimde. De aanslag werd vastgesteld naar het progressieve tarief. Volgens de rechtbank terecht. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel: er was een objectieve en redelijke rechtvaardiging om het 20%-tarief alleen in de loonbelastingsfeer toe te passen (eenvoud en doelmatigheid). Belanghebbende trok vervolgens (ter zitting) de aangifte in. De rechtbank achtte dat mogelijk omdat de aangifte in dit geval een onverplicht karakter had en dus een aanvraag was in de zin van art. 1:3 Awb. Door het intrekken van de aangifte kwam de rechtsgrond aan de aanslag IB te ontvallen. De rechtbank vernietigde de aanslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl