Art. 5a LB, Belastingplicht
Wet op de loonbelasting 1964 (LB)
1. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder artiest: degene die ingevolge een overeenkomst van korte duur als musicus of anderszins als artiest optreedt, tenzij:
a. hij inwoner is van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de BES eilanden of een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten; of
b. hij het optreden rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijke persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden; of
c. hij voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden.
2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder beroepssporter: degene die ingevolge een overeenkomst van korte duur als beroep een tak van sport beoefent, tenzij:
a. hij in Nederland woont, of
b. hij inwoner is van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de BES eilanden of een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten; of
c. hij de sportbeoefening rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijke persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.
3. Ingeval een artiest of beroepssporter optreedt of als beroep een tak van sport beoefent in het kader van een dienstbetrekking tot een in Nederland gevestigde inhoudingsplichtige, is hij voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen werknemer.
4. Ingeval een niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter optreedt of als beroep een tak van sport beoefent in het kader van een dienstbetrekking tot een inhoudingsplichtige die niet in Nederland is gevestigd, vindt de heffing van loonbelasting plaats ingevolge de regelingen zoals die gelden voor artiesten en beroepssporters.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Niessen 2 augustus 2018, ECLI:NL:PHR:2018:839
- Conclusie A-G Niessen 2 augustus 2018, ECLI:NL:PHR:2018:840
- HR 28 februari 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1816
- Hof Amsterdam 27 november 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8671
- Conclusie A-G Wattel 7 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:559
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 9 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AU3578
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 9 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AU3577
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 9 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AU3571
- HR 1 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3831
- HR 5 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1593
- Rb. Gelderland 5 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3588
- Rb. Breda 26 oktober 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BK4157
- Rb. Arnhem 2 maart 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BM1923
- Conclusie A-G Niessen 8 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1267
- HR 17 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1955
- HR 11 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1684
- Hof 's-Hertogenbosch 3 augustus 2001, ECLI:NL:GHSHE:2001:AC6653
- Hof 's-Hertogenbosch 11 mei 2001, ECLI:NL:GHSHE:2001:AB2231
- Hof 's-Gravenhage 27 februari 1997, ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4359
- Hof 's-Gravenhage 28 augustus 1996, ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4316