Rb. Breda 22 juli 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ4743
Belanghebbende woont in België en is van beroep ziekenverzorgster. Haar klanten wonen zonder uitzondering in Nederland. Naar Nederlandse maatstaven drijft zij een onderneming. Belanghebbende vraagt voor het jaar 2009 een VAR. De inspecteur is van oordeel dat belanghebbendes winst niet aan Nederland toegerekend moet worden en weigert, gelet op de tekst van artikel 3.156 Wet IB 2001, om die reden een VAR-beschikking af te geven. De rechtbank is van oordeel dat de schriftelijke weigering om een beschikking af te geven, gelet op artikel 6.2 Awb, dient te worden aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking. De rechtbank overweegt dat ook een niet-inwoner die geen Nederlandse winst geniet, gelet op de parlementaire geschiedenis die ten grondslag ligt aan artikel 3.156, recht heeft op een VAR. De rechtbank tekent daarbij aan dat door middel van de VAR formeel geen uitspraak wordt gedaan over de IB-positie van de aanvrager ervan, doch dat ze bedoeld is om zekerheid te bieden aan de opdrachtgevers van de aanvrager omtrent hun inhoudingsverplichtingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl