Hof 's-Hertogenbosch 7 mei 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BM7478

Belanghebbende is ziekenverzorgster en woont in België. De cliënten van belanghebbende wonen in Nederland en worden ook daar verzorgd door belanghebbende; belanghebbende huurt een kamer in het huis van haar moeder in Maastricht waar zij haar administratie voert en van waaruit zij haar werk begint. Zij verzoekt om een VAR-beschikking2009 en dat verzoek wijst de inspecteur af omdat volgens de inspecteur de gehuurde kamer niet als vaste inrichting kan worden gezien, zodat belanghebbende geen in Nederland te belasten winst uit onderneming geniet. Het Hof stelt allereerst vast dat, hoewel het jaar 2009 reeds is verstreken belanghebbende toch een procesbelang heeft, gelet op de overige vragen die wellicht bij de aanslagregeling kunnen rijzen. Het hoger beroep van de Inspecteur verklaart het Hof ontvankelijk, ondanks de bezwaren van belanghebbende. Het Hof oordeelt vervolgens dat belanghebbende als vrije beroepsbeoefenaar, onder artikel 14 van het verdrag met België valt en dat artikel spreekt van een "vaste basis"; de bij de moeder van belanghebbende gehuurde kamer wordt door het Hof als vaste basis gezien. Het Hof heropent vervolgens het onderzoek om belanghebbende in staat te stellen haar schade te onderbouwen. De eis van belanghebbende om voortaan door een andere ambtenaar bij de belastingdienst te worden behandeld wijst het Hof, als zijnde buiten haar bevoegdheid, af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen