Rb. Breda 8 april 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5647

Omzetbelasting: levering. Belanghebbende, een gemeente, heeft een nieuw gebouwd schoolgebouw met ondergrond verkocht en juridisch geleverd aan een stichting die de school gaat exploiteren. Voor een prijs die veel lager was dan de stichtingskosten. In de akte waren bedingen opgenomen: bij voorgenomen verkoop moest het gebouw eerst aan de gemeente worden aangeboden tegen de bij aankoop gehanteerde prijs, een een boetebeding bij overtreding van die afspraak. Volgens de rechtbank was geen sprake van levering van het gebouw: goederen worden in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968 geleverd door de macht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken aan een ander over te dragen (HvJ EG 8 februari 1990, Safe Rekencentrum B.V., C-320/88, Jurispr. blz. I-00285, BNB 1990/271, en HR 4 juli 1990, nr. 24942, BNB 1990/272). De vaststelling dat de feitelijke beschikkingsmacht over de nieuwbouw door belanghebbende is overgedragen aan de stichting, is daarvoor niet voldoende. De in de akte van levering opgenomen bepalingen beperken de beschikkingsmacht van de Stichting zozeer dat niet gezegd kan worden dat de Stichting de macht heeft verkregen om als eigenaar over de nieuwbouw te beschikken. De terbeschikkingstelling van de nieuwbouw door belanghebbende aan de stichting is een dienst als is bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting 1968.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen