Hof 's-Hertogenbosch 18 september 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BK5483
Belanghebbende, een gemeente, heeft overlegd met een schoolbestuur inzake de realisatie van een nieuwbouw en eigendom van een schoolgebouw. Besloten wordt om voor f 18.425.000 krediet te verlenen. De aannemer die de nieuwbouw verzorgt, factureert aan belanghebbende. Op de facturen staat dat de omzetbelasting naar belanghebbende is verlegd. In 2003 wordt het gebouw aan de Stichting Voortgezet Onderwijs geleverd. De koopsom is € 2.802.660,27 inclusief omzetbelasting. In de akte van levering is vermeld dat bij verkoop de stichting verplicht is het verkochte eerst aan belanghebbende aan te bieden voor voornoemde koopsom. Indien belanghebbende geen gebruik maakt van de optie en aan een derde wordt verkocht, heeft belanghebbende wel het recht op het bedrag van de koopsom dat boven de optieprijs ligt. Zolang de stichting eigenaar is, kan belanghebbende onbeperkt een koopoptie uitoefenen tegen voornoemde koopsom. Ook zit er een boeteclausule in de akte. De rechtbank heeft geoordeeld dat de voorwaarden in de akte van levering de beschikkingsmacht van de stichting dusdanig beperken, dat niet gezegd kan worden dat de stichting de macht heeft gekregen om als eigenaar over het gebouw te beschikken. Nu het gebouw niet is geleverd, maar wel ter beschikking is gesteld, is volgens de rechtbank sprake van een verhuur van onroerende zaken. In dat geval is belanghebbende geen ondernemer en is er geen recht op aftrek van voorbelasting. Ook in hoger beroep is het gelijk aan de zijde van de inspecteur. Het hof volgt de rechtbank, mede gelet op de artikelen van de Wet op het voortgezet onderwijs. De opgelegde verzuimboete van € 59.948, welke de inspecteur na bezwaar had verminderd tot € 44.478 en in beroep heeft laten vervallen, maar bij incidenteel hoger beroep weer als geschilpunt opwerpt, wordt door het hof verminderd tot € 9.000.
De uitspraak op rechtspraak.nl