Rb. Breda 29 april 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1772
De activiteitentoets van artikel 20a, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb vindt plaats op het niveau van de fiscale eenheid (als geheel). In het geval van belanghebbende leidt dit ertoe dat ook na verkoop van de aandelen aan een derde de voorvoegingsverliezen van een gevoegde dochter kunnen worden verrekend voorzover de winst van de gevoegde dochter bij de fiscale eenheid tot uitdrukking komt.
De uitspraak op rechtspraak.nl