Rb. Breda 7 december 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0931

Rechtbank vernietigt in rekening gebrachte betekeningskosten. Belanghebbende tekent met dagtekening 1 december 2006 bezwaar aan tegen een aan haar opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting. De aanslag diende uiterlijk op 8 november 2006 te zijn betaald. Ook na te zijn aangemaand heeft belanghebbende niet betaald. Op 5 december 2006 wordt een dwangbevel betekend en wordt aan betekeningskosten een bedrag van € 2.470 in rekening gebracht. In geschil is of het ingediende bezwaarschrift met zich mee heeft gebracht dat de betalingsverplichting wordt opgeschort door een te verlenen uitstel van betaling. In tegenstelling tot de stelling van de ontvanger is de rechtbank van oordeel dat in het bezwaarschrift, waarin is opgenomen het aanslagnummer, de dagtekening van de aanslag, het tijdvak waarover is nageheven, alsmede de nageheven omzetbelasting, het bedrag van de boete en het bedrag aan heffingsrente, overeenkomstig artikel 25, paragraaf 2, lid 1a Leidraad Invordering 1990, het bestreden bedrag van de aanslag en de berekening van dat bedrag zijn vermeld. De betekeningskosten zijn derhalve ten onrechte in rekening gebracht. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen