Rb. Breda 21 juni 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7973

Terugvordering WAO-uitkering werkgever in kader eigenrisicodragerschap. UWV heeft het bezwaar ten onrechte vereenvoudigd afgedaan, door het kennelijk ongegrond te verklaren. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de CRvB van 10 oktober 2006 (LJN: AZ0127) geoordeeld dat het toerekeningsbesluit moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van de AWB, strekkende tot het opleggen van een betalingsverplichting, en dat daartegen bezwaar en beroep kan worden aangetekend. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat tegen het verhaalsbesluit uitsluitend bezwaren tegen de hoogte dan wel de berekening van het verschuldigde bedrag kunnen worden ingediend, zij het dat dit pas kan gelden ná de uitspraak van 10 oktober 2006. Voordien gold immers de vaste jurisprudentie van de CRvB, dat de brieven bevattende informatie over de gevolgen van het eigenrisicodragerschap geen besluiten in de zin van de AWB waren, en stond derhalve daartegen geen rechtsgang open. Verweerder heeft door eiseres niet de gelegenheid te bieden te verklaren of zij wilde worden gehoord, gehandeld in strijd met de artikelen 7:2 en 7:3 van de AWB juncto artikel 87a van de WAO. Nu eiseres ter zitting heeft verklaard alsnog in bezwaar gehoord te willen worden en bovendien geen volledige heroverweging van het primaire besluit heeft plaatsgevonden, draagt de rechtbank verweerder op een nieuw besluit te nemen op de bezwaren, met inachtneming van deze uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen