CRvB 18 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK7087
Eigen risicodrager WAO. Volgens de rechtbank is van een situatie waarin strikte toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen zozeer in strijd komt met algemene rechtsbeginselen, dat op die grond toepassing daarvan geen rechtsplicht meer kan zijn, geen sprake. De Raad onderschrijft dat oordeel van de rechtbank. De Raad is van oordeel dat appellante niet kan worden tegengeworpen dat zij niet heeft gereageerd op de brief van 7 januari 2004. In die brief ontbreekt een bezwaarclausule. Bovendien is niet duidelijk of aan de brief financiële gevolgen zijn verbonden. Zoals de Raad eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 21 februari 2008 (LJN BC5143) kan de overgang van onderneming alsnog betwist worden indien tegen een eerder besluit daarover geen bezwaar is gemaakt omdat het geen financiële gevolgen had. De Raad concludeert al met al dat appellante de door het Uwv aangenomen overgang van onderneming in het kader van het onderhavige geschil ter discussie kon stellen. Het is de Raad uit andere beroepszaken bekend dat bij een verzoek van een eigen risicodrager om terug te keren naar het publieke bestel niet alleen wordt getoetst aan de 10%-norm, maar dat ook onbekendheid met het specifieke inlooprisico een rol kan spelen. Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek van appellante om te mogen terugkeren naar het publieke bestel thans niet in de beoordeling kan worden betrokken en dat het Uwv daarover alsnog een besluit moet nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl