Rb. Assen 28 augustus 2012, ECLI:NL:RBASS:2012:BY2948

Opleggen last onder dwangsom om de fysieke belemmeringen, zijnde een toegangshek, spoorbielzen en een greppel, te verwijderen en verwijderd te houden van een pad, zodat dit weer vrij toegankelijk is voor verkeer. Tussen partijen is in geschil of sprake is van een situatie als bedoeld in art. 4, eerste lid, aanhef en onder I van de Wegenwet. De vraag of het pad sinds 1902 een periode van dertig jaar aaneengesloten voor een ieder toegankelijk is geweest, is niet eenvoudig te beoordelen. Aan de hand van de feiten moet beoordeeld worden of hiervan sprake is. Naar het oordeel van de rb. heeft verweerder na het advies van de commissie ten onrechte geen nader onderzoek ingesteld naar de vraag of sprake is van een openbaar pad. De commissie kwam immers tot het oordeel dat verweerder in die fase van de besluitvorming niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat het pad openbaar is, niet dat er geen nader onderzoek mogelijk was naar deze vraag. In dit verband acht de rb. van belang dat het in een handhavingsprocedure gaat om het handhaven van wettelijke voorschriften; op het bestuursorgaan rust daarmee de onderzoeksplicht of sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift. Hiermee verhoudt zich niet dat verweerder zich in feite onthoudt van een standpunt over het wel of niet openbare karakter van de weg, maar volstaat met de stelling dat men geen overtreding vast kan stellen terzake. Evenmin is naar het oordeel van de rb. de situatie aan de orde dat er zoveel aanwijzingen zijn dat het pad niet-openbaar is dat voorbijgegaan kan worden aan de aanwijzingen dat het pad wel openbaar is (geworden). De rb. komt hiermee tot het oordeel dat verweerder onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht of het pad een openbaar pad is. Gegrond beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen