Rb. Assen 9 maart 2004, ECLI:NL:RBASS:2004:AO5157

De rechtbank oordeelt dat verdachte niet als bestuurder kan worden aangemerkt. De rechtbank verstaat, overeenkomstig artikel 2.1.1 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, hetgeen daaronder wordt verstaan in de EG-verordening 3820/85. In die verordening is aangegeven dat bestuurder is degene die het voertuig bestuurt, zelfs gedurende een korte periode, of die zich in het voertuig bevindt om het in voorkomende gevallen te besturen. Hiervan is de rechtbank niet gebleken. Weliswaar kan verdachte als feitelijk leidinggevende van de onderneming worden beschouwd waarbinnen overtredingen van de arbeidstijdenregelgeving plaatsvinden, maar daarmee is nog niet gezegd dat, zoals is tenlastegelegd, verdachte zelf heeft gehandeld in strijd met deze regelgeving. Nog afgezien daarvan dat deze bepaling niet geldt voor de feiten 2., 4. en 5., ontbreekt een bepaling als artikel 8:1, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer voor de feitelijk leidinggevende van de onderneming. Slechts op de voet van artikel 51, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is het mogelijk om natuurlijke personen voor gedragingen begaan door rechtspersonen strafrechtelijk aansprakelijk te stellen. Dan dient echter niet sprake te zijn van een situatie van feitelijk leidinggeven aan de rechtspersoon, maar van feitelijk leidinggeven aan de verboden gedraging. Dat nu is niet tenlastegelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen