Rb. Arnhem 7 december 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BY5984

Artikelen 6:265 BW en 7:215 lid 1 en lid 6 BW. De aan de woning geplaatste serre is op grond van de algemene voorwaarden een ongeoorloofde toevoeging aan het gehuurde. Tegen toevoegingen aan/of in de tuin van andere door ACM in de buurt verhuurde woningen treedt ACM niet op en de wanprestatie wordt daarom van te geringe betekenis geacht om tot ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan. Vordering tot verwijdering van de serre wordt wel toegewezen. Of ACM daarbij optreedt tegen “toevoegingen” aan de in de rest van de buurt verhuurde woningen, is niet van belang. Het gelijkheidsbeginsel, zoals dat geldt in het bestuursrecht, geldt niet in het civiele recht. De serre is een omvangrijke toevoeging aan het gehuurde en ACM heeft ter zitting voldoende duidelijk aangevoerd waarom zij verwijdering daarvan vordert. Deze vordering is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Dat die toevoeging de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt, leidt niet tot een ander oordeel, nu het twee van elkaar te onderscheiden vorderingen betreft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen