Rb. Arnhem 22 augustus 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX6374
Stramit c.s. heeft het verschuldigde griffierecht niet binnen vier weken na instelling van haar vordering tot voeging betaald zoals is voorgeschreven in artikel 5 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz). Op grond van artikel 219a Rv wordt Stramit c.s. niet ontvankelijk verklaard in haar vordering, nu voorts geen feiten of omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan geoor¬deeld dient te worden dat niet-ontvankelijkverklaring, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijk¬heid van overwegende aard zoals bedoeld in artikel 127a lid 3 Rv.
De uitspraak op rechtspraak.nl