Rb. Arnhem 10 januari 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BV2951

- Door gedaagde is executoriaal eigenbeslag gelegd op de gepretendeerde vorderingen van eiser op gedaagde. Eiser vordert schorsing van de executoriale verkoop van de gepretendeerde vorderingen door gedaagde. - Ingevolge artikel 3:276 BW kan een schuldeiser in beginsel zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen. Op grond van artikel 435 lid 1 Rv mag een executant beslag leggen op alle voor beslag vatbare goederen, waartoe hij bevoegd is zijn vordering te verhalen. Gelet op deze bepalingen mag er in beginsel op alle vermogensbestanddelen van de schuldenaar executoriaal beslag gelegd worden en dus ook op de door eiser gepretendeerde en door Promocean betwiste vorderingen van eiser op Promocean. Immers ook deze gepretendeerde vorderingen vertegenwoordigen een economische waarde en zijn dus een vermogensbestanddeel van eiser. Dit betekent dat de gepretendeerde vorderingen van eiser vatbaar zijn voor beslag en daarmee ook voor eigenbeslag ex artikel 479h Rv. Nu in de wet geen uitdrukkelijke regeling is getroffen voor de (wijze van) executie van gepretendeerde vorderingsrechten, waarvan hier sprake is, dient terug te worden gevallen op de regeling van artikel 474bb Rv voor de executie van deze vorderingsrechten. Dit artikel biedt immers een vangnetregeling voor de (wijze van) executie en beslag van rechten c.q. goederen waarvoor elders geen aparte regeling in de wet is opgenomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen