Rb. Arnhem 25 mei 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7346

In deze zaak staat centraal de vraag of Gijba haar bevoegdheid als crediteur om de vordering van gefailleerde te betwisten gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid is gegeven, als bedoeld in art. 3:13 BW. Gefailleerde stelt immers dat Gijba de vordering uitsluitend betwist om het faillissementstekort te beperken en niet omdat zij een groter deel van haar vordering voldaan wil krijgen. Volgens gefailleerde moet een geschil over het tekort met de cureator worden beslecht en niet in een renvooiprocedure.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen