Rb. Arnhem 3 juni 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BM8652

Rangorderegeling artikel 2.14 Wet IB 2001. Door dga aan de eigen holdingmaatschappij in gebruik gegeven werkruimte in de eigen woning (vóór 1 januari 2005)? Is de vergoeding die daarvoor wordt ontvangen een belaste onkostenvergoeding van de werkgever (artikel 3.81 Wet IB 2001) of een opbrengst van een terbeschikkingstelling (artikel 3.91 en 3.92 Wet IB 2001)? De werkuimtes bevinden zich in de eigen woning van de (met elkaar gehuwde dga's) en maken tezamen minder dan 1/3 deel van het vloeroppervlak van de woning uit. De rechtbank is van oordeel dat de werkruimtes exclusief aan de holdingmaatschappijen in gebruik zijn gegeven. Medewerkers van de werkmaatschappij maakten daarvan, soms ook in afwezigheid van de dga's en zonder voorafgaande kennisgeving gebruik en zij beschikten over de sleutels. Voorts is – onweersproken – gesteld dat de kantoorruimtes feitelijk door de holdingmaatschappijen weer ter beschikking zijn gesteld aan de werkmaatschappij en dat de huurbetalingen via de jaarrekening werden verrekend. Verweerder heeft verder niet willen betwisten dat de kantoorruimtes buiten werktijden niet door de dga's voor privé-doeleinden zijn gebruikt. Gelet hierop, en nu de huurovereenkomst een zakelijke vergoeding bevat en geen medegebruik door eiseres of haar echtgenoot van de kantoorruimtes voor privé-doeleinden toelaat, is op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting aannemelijk geworden dat de kantoorruimtes exclusief in gebruik zijn gegeven aan de holdingmaatschappijen en in wezen geen onderdeel meer vormden van de eigen woning. Daarbij is nog van belang dat uit de overgelegde plattegronden blijkt, dat aannemelijk is geworden dat de dga's de kantoorruimtes niet nodig hebben gehad voor privé-doeleinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen