Art. 30 Uitv reg LB 2001, Werkruimte
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 (Uitv reg LB 2001)
1. Tot de vrije vergoedingen behoren niet vergoedingen die verband houden met een werkruimte, de inrichting daaronder begrepen, in een woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer, tenzij de werkruimte een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning vormt en:
a. ingeval de werknemer tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, hij het gezamenlijke bedrag van zijn winst uit een of meer ondernemingen, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 hoofdzakelijk in de werkruimte in die woning verwerft, of
b. ingeval de werknemer niet tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, hij het gezamenlijke bedrag van zijn winst uit een of meer ondernemingen, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 hoofdzakelijk in of vanuit de werkruimte in die woning verwerft en in belangrijke mate in de werkruimte in die woning verwerft.
2. Tot de vrije verstrekkingen behoren niet verstrekkingen van een werkruimte, de inrichting daaronder begrepen, in een woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer, tenzij de werkruimte een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning vormt en:
a. ingeval de werknemer tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, hij het gezamenlijke bedrag van zijn winst uit een of meer ondernemingen, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 hoofdzakelijk in de werkruimte in die woning verwerft, of
b. ingeval de werknemer niet tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, hij het gezamenlijke bedrag van zijn winst uit een of meer ondernemingen, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 hoofdzakelijk in of vanuit de werkruimte in die woning verwerft en in belangrijke mate in de werkruimte in die woning verwerft.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder woning mede verstaan: een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen in de zin van artikel 1 van de Woningwet, alsmede de aanhorigheden van een schip of een woonwagen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Haarlem 16 juni 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BK1660
- Rb. Gelderland 19 juli 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5148
- Rb. Den Haag 22 februari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5101
- Rb. Arnhem 3 juni 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BM8652
- Rb. Arnhem 3 juni 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BM8646
- Rb. Arnhem 18 oktober 2006, ECLI:NL:RBARN:2006:AZ0991
- Hof 's-Gravenhage 30 oktober 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0451
- Hof Arnhem 8 februari 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BP5046
- Hof Arnhem 2 november 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BO4487
- Hof Arnhem 24 oktober 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AF2700