Rb. Arnhem 8 april 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BM2239
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door geen melding te maken van de eigendom van onroerend goed (woning) in buitenland. Niet is aangetoond dat de woning ten tijde in geding niet tot het vermogen van eiser kon worden gerekend en dat hij daarover niet redelijkerwijs kon beschikken. Bij de waardebepaling van het onroerend goed had verweerder, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door eiser, niet zonder nader onderzoek mogen uitgaan van de waarde genoemd in het taxatierapport, dat in opdracht van verweerder is opgemaakt. Voorts blijkt uit dit rapport niet wat de waarde van de woning was in de gehele periode in geding. Verweerder was, zij het op een onjuiste wettelijke grondslag, bevoegd de verleende bijstand van eisers in te trekken en terug te vorderen, nu eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat het vermogen in de in geding zijnde periode lager was dan de voor hen geldende vermogensgrens. Vernietiging bestreden besluiten met instandlating rechtsgevolgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl