CRvB 17 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX1739
Intrekking bijstand en terugvordering. Het feit dat onroerende zaken in een officieel eigendomsregister op naam van een betrokkene staan geregistreerd rechtvaardigt de vooronderstelling dat deze zaken een bestanddeel vormen van het vermogen waarover hij beschikt dan wel redelijkerwijs kan beschikken. Appellant is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij niet over zijn woning kon beschikken. Appellant beschikte of kon redelijkerwijs beschikken over vermogen dat de in de geding zijnde periode toepasselijke vermogensgrens overschreed, zodat daarin een beletsel voor bijstandsverlening was gelegen. Door van dit vermogen geen mededeling te doen aan het college heeft appellant de op hem rustende wettelijke inlichtingenverplichting geschonden. Het college was derhalve bevoegd om de bijstand van appellant in te trekken. Het college was tevens bevoegd de kosten van bijstand over de in geding zijnde periode terug te vorderen. Gelet op de beschikbare feiten is er geen reden het terugvorderingsbedrag te matigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl