Rb. Arnhem 6 maart 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BI0207

Niet is betwist dat beide gedaagden, die thans gevestigd zijn in het Verenigd Koninkrijk, een filiaal in Arnhem hebben, zodat op grond daarvan de voorzieningenrechter bevoegd is. Afgezien daarvan is op grond van artikel 9 lid 1 aanhef en onder b van de EEX-Verordening in verzekerings¬zaken waarbij de verzekeraar woonplaats heeft in een lidstaat en de verzekerde in een andere lidstaat, de rechter van de woonplaats van de verzekerde bevoegd. Nu de verzekerde Van den Berg woonplaats heeft in Nederland is de voorzieningenrechter bevoegd. Uit artikel 16 van de polisvoorwaarden volgt dat het toepasselijke materiële recht het Nederlandse recht is, zodat de voorzieningenrechter Nederlands recht zal toepassen. De onduidelijkheid over wie als verzekeraar moet worden aangemerkt is aan gedaagden. Op grond van artikel 27 Handelsregisterwet 2007 moeten alle ondernemingen die in het handelsregister zijn ingeschreven in hun correspondentie het KvK-nummer vermelden. Omdat gedaagden dat niet hebben gedaan, valt mede daarom de identiteitsverwisseling Van den Berg niet aan te rekenen. Uit artikel 17 van de polisvoorwaarden blijkt dat de verzekeraar is “Genworth Financial opererend onder de licentie van Financial Insurance Company Limited”. Hoewel die frase nogal onduidelijk is, kan daaruit worden afgeleid dat Company de verzekeraar is. Company heeft bezwaar gemaakt tegen de verkorting van de dagvaardingstermijn. De voorzieningenrechter stelt vast dat de beschikking van de voorzieningenrechter, waarin aan Van den Berg toestemming is verleend om Company met toepassing van een verkorte dagvaardingstermijn te dagvaarden tegen de zitting van 12 februari 2009 om 11.00 uur, niet is vermeld aan het hoofd van het exploot van dagvaarding, zoals artikel 117 Rv dat voorschrijft. Het exploot van dagvaarding vermeldt slechts dat gedagvaard is “krachtens de mij verstrekte mondelinge last van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Arnhem”. De vraag is of dit gebrek gesanctioneerd moet worden met nietigheid van de dagvaarding. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag ontkennend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen