Rb. Arnhem 26 september 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690

Belastingkorting wegens oud aanmerkelijk belang bij meestverdienende partner werkt door naar verhoging heffingskorting van minstverdienende parter. Eiseres heeft in 2005 geen inkomen waardoor haar heffingskorting in beginsel nihil bedraagt. Zij verzoekt verhoging en uitbetaling van de heffingskorting op grond van artikel 8.9 Wet IB 2001 omdat haar partner voldoende inkomensheffing is verschuldigd. De partner heeft een positief inkomen uit werk en woning waarover - na aftrek van diens heffingskorting - inkomensheffing is verschuldigd. Door de verrekening van een belastingkorting wegens een in 1999 geleden verlies uit aanmerkelijk belang op grond van de Invoeringswet Wet IB 2001, wordt de verschuldigde inkomensheffing van de partner alsnog nihil. De rechtbank is van oordeel dat de verwerking van de belastingkorting wegens aanmerkelijk belang geen civielrechtelijk verrekening van vordering en schuld is, maar vermindering van de door de partner over het jaar 2005 verschuldigde inkomensheffing. Hierdoor kan eiseres geen aanspraak maken op verhoging en uitbetaling van een heffingskorting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen