Rb. Arnhem 5 december 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BC0226

De rechtbank is van oordeel dat uit de in dit kader overgelegde stukken, beschouwd in onderlinge samenhang en in samenhang met de overige stukken en de op de stukken gegeven toelichtingen voldoende is komen vast te staan dat Dexia daadwerkelijk aandelen ten behoeve van haar cliënten. De rechtbank volgt in haar oordeel Dexia’s standpunt en de door haar aangehaalde parlementaire geschiedenis dat de in artikel 25 Wge bedoelde kennisgeving uitsluitend een bewijsfunctie voor de begunstigde heeft om de bijschrijving te bewijzen en geen constitutief vereiste is voor een bijschrijving in zin van artikel 17 Wge. Niet het moment waarop de verkrijger van de bijschrijving kennis krijgt, maar het moment van bijschrijving is relevant voor het antwoord op de vraag of de levering is voltooid. De rechtbank is hiermee teruggekomen op hetgeen in het tussenvonnis van 16 februari 2005 in de zaak onder rolnummer 03-1761 is overwogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen