Rb. Amsterdam 28 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3613

In deze zaak zijn meerdere definitieve investeringsverklaringen in het kader van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II niet verleend, omdat de aanvrager ten tijde van de aanvraag geen belastingplichtige voor de verhuurderheffing was. De rechtbank komt tot het oordeel dat deze definitieve investeringsverklaringen terecht niet zijn verleend. Op grond van de wet moet een aanvrager van definitieve investeringsverklaringen belastingplichtig zijn voor de verhuurderheffing. De rechtbank ziet geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de wetgever een andere systematiek voor ogen heeft gehad. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken