Rb. Amsterdam 15 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:289
Vervolg op ECLI:NL:RBAMS:2024:6245. Geen bewijs geleverd dat gedaagde correct is opgeroepen in een gerechtelijke procedure te Verenigde Arabische Emiraten. Het aldaar gewezen verstekvonnis komt niet aanmerking voor erkenning in Nederland. Op de vordering tot veroordeling van gedaagde tot betaling van kredietschuld is in deze procedure Nederlands recht van toepassing op grond van een persoonlijke borgstelling. Bij de kredietverlening is ook zekerheid verlangd door ondertekening van ongedateerde bankcheques. Het afgeven van een ongedekte cheque is naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten een strafbaar feit waarvoor gevangenisstraf wordt toegepast. Dat is naar Nederlands recht in strijd met de openbare orde. Daarmee is ook de borgstelling door gedaagde nietig. Het door eiseres gelegde conservatoir beslag is in beginsel onrechtmatig, gedaagde heeft echter onvoldoende gesteld waaruit zijn schade zou blijken, zodat zijn vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl