Rb. Amsterdam 16 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2371

Erfrecht. Artikel 4:3 BW. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Onwaardig. De rechtbank oordeelt dat gedaagde niet onwaardig is om te erven van erflater, ondanks dat zij is veroordeeld voor een misdrijf waarop een maximum gevangenisstraf staat van vier jaren. Volgens de wet leidt dit er automatisch toe dat gedaagde onwaardig is. In dit geval zijn er omstandigheden die maken dat de toepassing van deze wet tot een zeer onredelijke uitkomst leiden. Het gaat hierbij om omstandigheden ten aanzien van de aard van de relatie tussen erflater en gedaagde, de gezondheidssituatie van gedaagde, de verzorgingsgedachte van erflater voor gedaagde en de disproportionaliteit tussen de ernst van het misdrijf en de gevolgen van onwaardigheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken