Art. 4:3 BW, Erfrecht
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
1. Van rechtswege zijn onwaardig om uit een nalatenschap voordeel te trekken:
a. hij die onherroepelijk veroordeeld is ter zake dat hij de overledene heeft omgebracht, heeft getracht hem om te brengen, dat feit heeft voorbereid of daaraan heeft deelgenomen;
b. hij die onherroepelijk veroordeeld is wegens een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf waarop naar de Nederlandse wettelijke omschrijving een vrijheidsstraf is gesteld met een maximum van ten minste vier jaren, dan wel wegens poging tot, voorbereiding van, of deelneming aan een dergelijk misdrijf;
c. hij van wie bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vastgesteld dat hij tegen de erflater lasterlijk een beschuldiging van een misdrijf heeft ingebracht, waarop naar de Nederlandse wettelijke omschrijving een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste vier jaren is gesteld;
d. hij die de overledene door een feitelijkheid of door bedreiging met een feitelijkheid heeft gedwongen of belet een uiterste wilsbeschikking te maken;
e. hij die de uiterste wil van de overledene heeft verduisterd, vernietigd of vervalst.
2. Rechten door derden te goeder trouw verkregen voordat de onwaardigheid is vastgesteld worden geëerbiedigd. In geval echter de goederen om niet zijn verkregen, kan de rechter aan de rechthebbenden, en ten laste van hem die daardoor voordeel heeft genoten, een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen.
3. Een onwaardigheid vervalt, wanneer de erflater aan de onwaardige op ondubbelzinnige wijze zijn gedraging heeft vergeven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 26 januari 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:498
- HR 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1797
- Rb. Gelderland 10 februari 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:767
- Conclusie A-G Vlas 11 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1037
- Hof Den Haag 24 juni 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2807
- Rb. Midden-Nederland 6 mei 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:3038
- Rb. Maastricht 26 september 2012, ECLI:NL:RBMAA:2012:BX9399
- Conclusie A-G Wuisman 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:143
- Conclusie A-G Spier 12 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ1581
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 8 maart 2021, ECLI:NL:OGEAC:2021:40
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 13 december 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:303
- Hof 's-Hertogenbosch 19 juni 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2650
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4522
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8663
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 mei 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3936
- Rb. Utrecht 1 september 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5787
- Rb. Rotterdam 28 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4275
- Rb. Rotterdam 3 augustus 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7464
- Rb. Rotterdam 21 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:601
- Rb. Rotterdam 4 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3897