Rb. Amsterdam 14 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1024
Wav-boetezaak. De minister heeft eiseres een boete van 6.000,- euro opgelegd wegens overtreding van de Wav omdat eiseres zonder over een tewerkstellingsvergunning te beschikken een vreemdeling voor haar arbeid heeft laten verrichten. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres de Wav heeft overtreden, omdat eiseres als werkgever in de zin van de Wav dient te worden aangemerkt en daarnaast geen uitzondering op het tewerkstellingsverbod van toepassing is. De minister heeft namelijk terecht geconcludeerd dat de betrokken vreemdeling geen arbeid als zelfstandige heeft verricht, maar op grond van een arbeidsovereenkomst arbeid voor eiseres heeft gewerkt. De rechtbank verklaart het beroep gegrond wat betreft de hoogte van de boete en matigt de opgelegde boete naar 3.600,- euro.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4367
- Rb. Amsterdam 10 juli 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3987
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2583
- Hof Amsterdam 3 oktober 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2220
- HR 24 maart 2023 (Deliveroo), ECLI:NL:HR:2023:443
- ABRvS 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:913
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1973
- ABRvS 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1112
- Hof Amsterdam 16 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:392
- Rb. Amsterdam 15 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:198
- ABRvS 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3374
- ABRvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:617
- ABRvS 14 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BS8837
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2005:775
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2411
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:288