Rb. Amsterdam 23 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7719
Executie-EAB Polen. De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak van 13 december 2022 (ECLI:NL:RBAMS:2022:8146) een voorlopig oordeel gegeven over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW en de rechtbank ziet geen reden om van haar voorlopig oordeel af te wijken. Nu ten aanzien van het (onderliggende) vonnis II K 338/17 is geoordeeld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW en de rechtbank geen beslistermijn meer heeft, is het aan de minister van Justitie en Veiligheid om, naar analogie van artikel 2:12, tweede lid, WETS, met de Poolse uitvaardigende justitiële autoriteit in overleg te treden over de vraag welk (resterend) deel van de in het verzamelvonnis opgelegde vrijheidsstraf niet door de weigeringsgrond van artikel 12 OLW wordt geraakt. Gedeeltelijke weigering ex art. 6a OLW, gedeeltelijke weigering ex art. 12 OLW.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 57 Sr
- Artikel 180 Sr
- Artikel 184 Sr
- Artikel 266 Sr
- Artikel 267 Sr
- Artikel 300 Sr
- Artikel 350 Sr
- Artikel 8 WVW
- Artikel 176 WVW
- Artikel 2 OLW
- Artikel 5 OLW
- Artikel 6a OLW
- Artikel 7 OLW
- Artikel 12 OLW
- Artikel 22 OLW
- Artikel 27 OLW
- Artikel 29 OLW
- Artikel 2:12 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties