Rb. Amsterdam 30 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2124
Partijen zijn in de tussen hen gesloten overeenkomst internationale arbitrage overeengekomen (ICC-Arbitrage te Parijs). In kort geding wordt nakoming gevorderd van de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Ondanks de arbitrageclausule in de overeenkomst acht de voorzieningenrechter zich bevoegd omdat een op zich tijdig te verkrijgen order als bedoeld in het ICC-Reglement, in tegenstelling tot een kortgedingvonnis, niet vatbaar is voor erkenning en tenuitvoerlegging. Een dergelijke order kan daarom niet als volwaardig alternatief worden aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl