Rb. Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:9569

Kort geding. Vorderingen (primair) tot betaling van een voorschot op ‘het bedrag der vordering waarvoor het beslag wordt gelegd’ en (subsidiair) om het aandeelhoudersregister, respectievelijk lidmaatschapsregister, aan de deurwaarder ter beschikking te stellen, worden afgewezen. Bepaling in 474c Rv is niet bedoeld om die deurwaarder in staat te stellen te controleren of de desbetreffende aandelen ten tijde van de beslaglegging op naam van de beslagdebiteur staan. Geen schending van verplichtingen gedaagden jegens beslaglegger. Verwijzing naar parlementaire geschiedenis.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen