Rb. Amsterdam 3 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2991
EAB Polen. Overlevering toegestaan. Beroep op gelijkstelling met Nederlander afgewezen. Stukken laat ingediend. De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om het verweer van de officier van justitie om de stukken buiten beschouwing te laten te passeren omdat zij ook bij een globale kennisname van de overgelegde stukken direct op deze kwestie kan beslissen. Niet aangetoond dat de opgeëiste persoon vanaf het jaar 2013 zijn werknemerschap volgens de verblijfsrichtlijn heeft verkregen. Dit brengt mee dat de gegevens vanaf het jaar 2014, wat daar verder ook van zij, niet relevant zijn. Verweer detentieomstandigheden Roma in Polen verworpen onder verwijzing naar uitspraak van 27 maart 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:1757). De inmenging in de uitoefening van het recht op “family-life” levert geen beletsel op voor overlevering. De door de overlevering gemaakte inbreuk op het recht is bij wet voorzien en is in een democratische samenleving noodzakelijk. De inbreuk is gebaseerd op de Overleveringswet en strekt tot tenuitvoerlegging van een in Polen noodzakelijk geoordeelde vrijheidsstraf, die geacht moet worden te zijn opgelegd ter bescherming van de rechtsorde en voorkoming van criminaliteit. Gelet op de tijdelijke aard van de beperking, is de verhouding tussen de belangen die overlevering beoogt te dienen en de beperking in de uitoefening van het recht op familie- en gezinsleven van de opgeëiste persoon, voorts niet onevenredig. Ook als de door de opgeëiste persoon gestelde specifieke persoonlijke belangen van hemzelf en zijn gezin daarbij in aanmerking worden genomen, blijkt niet van een zodanige inbreuk op zijn privé- en familie- en gezinsleven dat de overlevering niet gerechtvaardigd is wegens de onevenredigheid van de beperking. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat er in het concrete geval van de opgeëiste persoon geen onderscheidende factoren zijn ten aanzien van andere opgeëiste personen met een achterblijvend gezin.
De uitspraak op rechtspraak.nl