Rb. Amsterdam 19 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9672

Overlevering ten behoeve van door Polen overgenomen straf van de rechtbank in Limassol (Cyprus). De rechtbank is van oordeel dat de raadsman zijn stelling dat in Polen sprake is geweest van een “soort voorwaardelijke invrijheidstelling” en herroeping daarvan, welke vergelijkbaar zijn met de herroepingsbeslissing in de zaak A., niet deugdelijk heeft onderbouwd. Niet is gebleken dat de beslissingen tot voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot het alsnog executeren van het strafrestant zijn genomen door een rechterlijke autoriteit. Desgevraagd heeft de opgeëiste persoon zich op advies van haar raadsman beroepen op haar zwijgrecht en mitsdien geen nadere informatie op dit punt verstrekt Tijdens haar verhoor bij de rechter-commissaris heeft zij eerder verklaard dat zij wist dat er nog een deel van de vrijheidsstraf openstond. In deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om nadere vragen over de executie van de straf te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van met de zaak A. vergelijkbare situatie. Er is daarom geen aanleiding deze zaak aan te houden teneinde de antwoorden van het Europese Hof van Justitie op de prejudiciële vragen in die zaak af te wachten

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken