Rb. Amsterdam 15 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9224

Eiseres voert aan dat artikel 5a, vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) in strijd is met artikel 4:31, eerste lid, en artikel 4:46, eerste lid, van de Awb. Nu er zeven punten stond vermeld op het besluit tot toevoeging, had verweerder de subsidie overeenkomstig dit besluit moeten vaststellen en zeven punten moeten uitbetalen, aldus eiseres. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen belanghebbende is bij het besluit tot toevoeging en zij zich daarom in deze procedure, in het kader van de vaststelling van de subsidie, ter bepaling van de hoogte daarvan niet kan beroepen op het in het besluit tot toevoeging genoemde aantal punten. Het bestreden besluit is dan ook niet in strijd met de genoemde bepalingen uit de Awb. Voorts is de regeling niet in strijd met hogere regelgeving. Het recht op gesubsidieerde rechtsbijstand is niet absoluut en mag in nationale wetgeving beperkt worden, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De beperking mag niet de essentie van het recht aantasten, moet een legitiem doel beogen en moet in redelijke verhouding tot het beoogde doel staan. De rechtbank is van oordeel dat de regeling van artikel 5a, vijfde lid, van het Bvr aan deze voorwaarden voldoet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken