Rb. Amsterdam 29 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4514

HBU heeft krediet verstrekt voor het nemen van participaties in het Novacap Floralis Termijnfonds 2004. Het Fonds belegde in termijn transacties in tulpenbollen van nieuwe rassen. De bank was aanwezig op de in 2003 door het Fonds georganiseerde voorlichtingsavonden. De bank heeft zich daarbij niet uitgesproken over het Fonds dan wel over haar positie ten aanzien van het Fonds. De bank heeft deze zelfde participaties geaccepteerd als zekerheid voor het krediet. De door de bank verstrekte financieringen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de omvang van het Fonds. Het voorgaande kan onder omstandigheden voldoende zijn voor de conclusie dat het op de weg van de bank had gelegen om haar positie te verduidelijken door aan de beleggers duidelijk te maken dat zij slechts als kredietverstrekker aan de participanten optrad en dat zij geen onderzoek naar het Fonds had gedaan, waarmee de bank had kunnen voorkomen dat beleggers hun beslissing om in het Fonds te beleggen (mede) zouden baseren op de indruk die de bank wekte dat zij achter het Fonds stond. Onder omstandigheden zou deze conclusie voldoende kunnen zijn voor een verwijt aan de bank. Eiser heeft participaties in het Fonds genomen met krediet van de bank en verlies geleden. Rechtbank oordeelt dat eiser zijn beslissing om (ook) voor eigen rekening in het Fonds te beleggen niet (mede) heeft gebaseerd op het handelen van de bank, en dat er dus geen causaal verband is tussen het handelen van de bank en de schade van eiser. Ook geen schending norm uit het arrest van de Hoge Raad van 23 december 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AU3713; Safe Haven). Niet is komen vast te staan dat de bank wetenschap had of behoorde te hebben over feiten die mogelijk onrechtmatig waren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken