Rb. Amsterdam 1 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:3962
Bij besluit van de Minister van 1 februari 2013 zijn ten name van de Staat - kort gezegd - door SNS Reaal NV (hierna: SNS) uitgegeven effecten onteigend. De Minister heeft aan de rechthebbenden van onteigende effecten een aanbod tot schadeloosstelling gedaan, neerkomende op een bedrag van € 0,-- per effect. Stichting Beheer SNS Reaal (hierna: Stichting Beheer) is één van die rechthebbenden. Bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam wordt een procedure gevoerd over de hoogte van de door de Staat te betalen schadeloosstelling ECLI:NL:GHAMS:2013:1966 en de Hoge Raad heeft zich daarover uitgesproken ECLI:NL:HR:2015:661. De Ondernemingskamer heeft - uitsluitend in het kader van de vaststelling van de schadeloosstelling - geoordeeld dat de vorderingen belichaamd in de door SNS aan Stichting Beheer uitgegeven Core Tier 1 capital securities achtergestelde vorderingen zijn. Door Stichting Beheer is nu deze civiele procedure gestart tegen SNS om van de gewone burgerlijke rechter een oordeel te krijgen over de vraag of de door haar genomen Core Tier 1 capital securities achtergesteld zijn. SNS heeft in deze procedure nog niet gereageerd op de door Stichting Beheer ingestelde vordering. De Staat vordert toestemming van de rechtbank om in deze procedure ook partij te mogen worden aan de zijde van SNS. De rechtbank beslist in dit vonnis dat de Staat zich inderdaad mag voegen aan de zijde van SNS. De volgende stap in deze procedure is dat SNS en de Staat inhoudelijk zullen reageren op de vordering van Stichting Beheer, daarna zal de rechtbank beslissen over het verdere verloop van de procedure.
De uitspraak op rechtspraak.nl